Navigatie

Evidence rapport hyponatriëmie vasopressine receptor antagonisten

Uit Richtlijn elektrolytstoornissen

Ga naar: navigatie, zoeken


De effectiviteit en veiligheid van conivaptan in verschillende doseringen voor de behandeling van euvolemische en hypervolemische hyponatriëmie werd in een kortlopend onderzoek net onderzocht. Na 5 dagen behandelen met 40 en 80 mg orale conivaptan en vloeistofrestrictie werd een gemiddelde stijging van het serum natrium gezien met 7,2 en 9,1 mmol/L gezien, in vergelijking met 1,6 mmol/L in de placebogroep. De tijd om tot een stijging van het serum natrium van tenminste 4 mmol/L te komen was dosisafhankelijk en in de groep met de hoge dosering bereikte een groter aantal patiënten een stijging van tenminste 6 mmol/L [Annane, 2009]. Vergelijkbare resultaten werden gevonden in de studie van Zeltser et al, waarbij eveneens met 40 en 80 mg conivaptan werd behandeld, gedurende 4 dagen. De stijging van het serum natrium bedroeg in deze studie 6,3 mmol/L in de groep die met 40 mg/dag werd behandeld, 9,4 mmol/L in de groep die met 80 mg/dag werd behandeld en 0,8 mmol/L in de placebogroep [Zeltser, 2007].
De effectiviteit van conivaptan werd eveneens onderzocht in een populatie met acute neurologische aandoening en hyponatriëmie, waarbij geanalyseerd werd of een eenmalige intraveneuze toediening van conivaptan effectief is om hyponatriëmie snel en blijvend te corrigeren. Dit betreft een onderzoek onder ongecontroleerde omstandigheden (verschillende doses en comedicatie) en waarbij niet is vergeleken met placebo, hetgeen de conclusie dat het intermitterend toedienen van conivaptan effectief is om hyponatriëmie te corrigeren, wat onbetrouwbaar maakt, temeer omdat het een onderzoek onder een beperkt aantal patiënten betreft [Murphy, 2009]. Vergelijkbare methodologische tekortkomingen en vergelijkbare resultaten werden gevonden ni een onderzoek naar de effectiviteit van conivaptan bij patiënten met eindstadium leverziekte en hyponatriëmie. Ook hierbij werd geconcludeerd dat een korte behandeling met conivaptan het serum natrium verhoogt [O’Leary, 2009]. Velez vond in een eveneens retrospectief niet-vergelijkend onderzoek dat intraveneuze conivaptan effectief is om hyponatriëmie, ontstaan door SIADH, te behandelen [Velez, 2010]. Vergelijkbaar onderzoek op een neurologische intensive care afdeling liet zien dat conivaptan effectief en veilig zou kunnen zijn om hyponatriëmie te behandelen. Ook bij dit laatste onderzoek zijn echter grote methodologische tekortkomingen te melden [Wright, 2009].
Twee studies beschreven de effectiviteit en veiligheid van VPA-985 bij patiënten met hyponatriëmie. In een net onderzoek van Gerbes onder patiënten met hyponatriëmie, cirrose en ascites werden patiënten behandeld met 2 dd 50 mg, 2 dd 100 mg of placebo gedurende maximaal 7 dagen. Het doel was een serum natrium van tenminste 136 mmol/L. In de groep die met 100 mg werd behandeld werd dit doel bereikt bij 27%, in de groep met 200 mg bij 50% en in de placebogroep bij geen enkele patiënt [Gerbes, 2003]. Wong et al. vergeleken bij patiënten met oedemateuze hyponatriëmie de doseringen 2 dd 25 mg, 2dd 125 mg en 2 dd 250 mg VPA-985 met placebo. In dit artikel werden vrijwel alleen grafische resultaten getoond, waaruit een dosis respons relatie tussen VPA-985 en het urinevolume, de vrije waterklaring en de stijging van het natrium bleek. De auteurs waarschuwen voor het optreden van dehydratie bij hoge doses, waarvoor strikte monitoring vereist is [Wong, 2003].
Behandeling met tolvaptan werd in twee studies onderzocht. Uit een net onderzoek van Verbalis et al. bleek dat de behandeling van hyponatriëmie door SIADH met 30 dagen orale tolvaptan, waarbij de dosering bepaald werd gedurende de 1e vier dagen van de behandeling, superieur was boven behandeling met placebo voor wat betreft de verandering van het serum natrium. Ook werd hierbij door patiënten zelf de gezondheidstoestand gerapporteerd, die in de tolvaptangroep beter was dan in de placebogroep [Verbalis, 2011]. Een subgroepanalyse van een grote studie werd gedaan bij patiënten met schizofrenie en idiopathische hyponatriëmie. Dit betreft hetzelfde onderzoek als dat van Verbalis. Ook in de subgroep met schizofrenie bleek tolvaptan effectief in het normaliseren van hyponatriëmie [Josiassen, 2008].
De effectiviteit van satavaptan tenslotte werd in één onderzoek beschreven bij patiënten met hyponatriëmie door SIADH. Dit onderzoek werd uitgevoerd bij 35 patiënten die werden gerandomiseerd over drie groepen: 5 dagen 25 mg satavaptan en 23 dagen aangepaste dosering, 5 dagen 50 mg satavaptan en 23 aangepaste dosering, en placebo. De omstandigheden in dit onderzoek zijn niet volledig gecontroleerd, wat vergelijking tussen de groepen moeilijker maakt. In de groep die initieel met 25 mg werd behandeld, bereikte het serum natrium gemiddeld 136 mmol/L, bij 50 mg was dat 140 mmol/L en in de placebogroep 130 mmol/L. Normonatriëmie werd bij 79% in de 25 mg groep bereikt, bij 83% in de 50 mg groep en bij 13% in de placebogroep [Soupart, 2006].